2: Wat Nederland kan leren van andere Europese Bedrijfsculturen

Gepubliceerd op 09-02-2017

Ben je als werkgever internationaal actief? Dan is het waardevol om je te verdiepen in het onderwerp (bedrijfs)cultuur. Het verbindende karakter van de bedrijfscultuur beïnvloedt prestaties en resultaten van een organisatie. Maak onder andere kennis met de beleefde zakencultuur van Engeland, het hiërarchische karakter van het Spaanse bedrijfsleven en de uitgebreide zakenlunches van Frankrijk. Wat typeert Europese bedrijfsculturen en hoe kun je je het beste aanpassen om in een andere cultuur succesvol zaken te doen? Vandaag deel 2/3 van deze serie: bedrijfsculturen in Frankrijk en Engeland.

Ondanks dat elke organisatie bewust of onbewust haar eigen bedrijfscultuur heeft, is er een duidelijk onderscheid te maken tussen de Nederlandse bedrijfscultuur en andere internationale culturen. In deze serie zoomen we in op Europese bedrijfsculturen. In deel 1 werd duidelijk dat Nederland, over het algemeen, een transparante, directe en informele bedrijfscultuur heeft. Ook passeerden de bedrijfsculturen van België en Duitsland de revue. Vandaag kijken we naar de Franse en Engelse bedrijfsculturen. Wat typeert die culturen en wat kunnen wij Nederlanders daarvan leren?

Trek de champagnefles in Frankrijk niet te snel open..
Je ervaart geen enorme ‘cultuurshock’ wanneer je zaken doet met Fransen. Het Franse zakenleven is de afgelopen jaren dan ook een stuk informeler en moderner geworden. Fransen stellen het nog wel erg op prijs als je de taal spreekt. Als je een Franse zakenpartner wilt bereiken is het handig om een paar woordjes Frans te spreken. Het Franse zakenleven kenmerkt zich door het zoeken naar de balans tussen werk en privé.  Zakenlunches zijn er erg gewoon, zeker bij de nog meer centralistisch en bureaucratisch georganiseerde bedrijven. De Fransman houdt de deur graag altijd op een kiertje, wat wij Nederlanders niet altijd prettig vinden, neemt op tijd komen niet te letterlijk en gebruikt vaak wollig taalgebruik.

Er is een aantal cruciale verschillen tussen de Nederlandse en Franse bedrijfscultuur. Zo heerst er in Frankrijk over het algemeen nog een strakke hiërarchische structuur. Ze vinden het belangrijk om te weten welke positie een gesprekspartner heeft binnen een organisatie. Je kunt hier tijdens een eerste kennismakingsgesprek ook gerust naar vragen.  Zelfstandigheid en initiatief tonen wordt minder op prijs gesteld. Passeer vooral niet je direct leidinggevende met een idee of voorstel. Net als in België is de bovenliggende manager diegene die beslissingen neemt. Deze beslissingen gaan ook zeker niet over een nacht ijs. Binnen een Franse organisatie is het heel gebruikelijk om eerst uitgebreider kennis te maken voordat je zaken met elkaar doet. Pas als Nederlander dus op niet te direct over te komen. Stel jezelf open voor de hiërarchische, maar open cultuur van het Franse bedrijfsleven en de Fransen zullen je omarmen.

Fransen vinden het fijn om eerst een vertrouwensband op te bouwen met een zakenpartner. Daar gebruiken ze een zakenlunch voor. Waar de Fransman gerust een wijnfles op tafel zet onder het genot van een lekker hapje, moet de Nederlander de champagnefles niet te snel opentrekken. Deze afspraken zijn er namelijk niet om een deal te maken. Er wordt uitgebreid tijd gemaakt om te praten over kinderen, toekomstdromen en hobby’s. Nederlanders maken soms een gestreste indruk bij de Fransen. Waarschijnlijk omdat wij liever direct op het doel afgaan: duidelijkheid over of we gaan samenwerken of niet. De Fransen zijn wat dat betreft een stuk minder gestrest: je kan prima later komen op een afspraak. Niemand kijkt er van op als je een kwartiertje of zelfs een half uur later komt.

‘It was very good meeting you’
Zaken doen in Engeland? Wees voorbereid op een net geklede, zeer beleefde Engelsman. Hij gaat achteraan in de rij staan, wacht netjes op de taxi en op de werkvloer zal hij niet snel praten over privé zaken. De typische Engelsman ziet er verzorgd uit en hecht er veel waarde aan dat jij hier ook aandacht aan besteedt. Trek daarom een mooi pak aan, poets je mooiste schoenen op en zorg dat je stipt op tijd op je afspraak bent. Engelsen houden namelijk niet zo van laatkomers. Uitdrukkingen als ‘thank you’ en ‘please’ kunnen niet vaak genoeg worden gebruikt. Engelsen communiceren heel beleefd, en maken bovendien gebruik van een ‘pitch talk’ in zakelijke gesprekken. Engelsen verwachten dat anderen zich vlot kunnen introduceren. Oefen hier dus op, als je zaken wilt doen in Engeland. Ook al praten Engelsen liever niet direct over privé zaken, een small talk over het weer en sport doet het wel goed. Zorg daarbij dat je goed Engels spreekt en uitdrukkingen op waarde weet te schatten.

Engelsen lijken op het eerste gezicht dus prettige zakenpartners. Toch is er wel verschil tussen de Nederlandse en Engelse bedrijfscultuur. Het Nederlandse democratische poldermodel spreekt de Engelse zakenman niet aan. Hij heeft een duidelijke taakomschrijving en zal zich hieraan houden. Er is eerst toestemming nodig van ‘up there’ voor er een deal gesloten wordt. Daarnaast vinden Engelsen ons soms onbeleefd. Dat komt onder andere door de soms te directe houding van de Nederlanders. Volgens de Engelsen zouden we het woord ‘please’ en ‘thank you’ meer mogen gebruiken. We zijn teveel ‘to the point’ voor de gereserveerde Engelsman. Let hier dus op als je zaken wil doen met de Engelsman.

Kortom, zakendoen in Engeland is prima te doen als je de taal beheerst en let op de etiquette. Van de Engelse beleefdheid kunnen wij Nederlanders ook weer leren. Door goed gemanierd te zijn, verspeel je niet in de eerste ronde direct je kansen en val je als buitenlands bedrijf bovendien positief op. ‘Casual Friday’ kennen wij ook als begrip maar wordt in Engeland ook echt geleefd. Maandag tot donderdag loop je in pak, op vrijdag mag het een stuk informeler. Ga daarna vooral met elkaar een pub in. Het vergt even tijd om een vertrouwensband te creëren, maar dan zul je zien dat Engelsen grappige charismatische mensen zijn met wie het fijn werken is.

Lees volgende week in deel drie: de bedrijfsculturen in Italië en Spanje.